4.3.1 Klimaatmitigatie
Ons doel is een klimaatneutrale haven in 2050. Daar werken we aan op drie terreinen: het verduurzamen van onze eigen bedrijfsvoering, het ondersteunen van klanten in scheepvaart en industrie bij hun transitie, en het stimuleren van initiatieven verder in de waardeketen. In dit hoofdstuk leest u hoe we het terugdringen van broeikasgasemissies om verdere opwarming van de aarde te voorkomen (klimaatmitigatie) aanpakken. Het beschreven beleid en de activiteiten vloeien voort uit onze ondernemingsstrategie en vinden hun besluitvorming in onze governancestructuur
Effecten, risico’s en kansen
We gebruiken de dubbele materialiteitsanalyse om scherp in beeld te krijgen welke effecten, risico’s en kansen relevant zijn. Broeikasgasemissies en netcongestie veroorzaken negatieve maatschappelijke effecten, zoals (respectievelijk) klimaatverandering en beperkte elektriciteitsvoorziening. Door gerichte maatregelen te nemen, kunnen we de uitstoot verminderen en de energietransitie versnellen. Kansen kwamen niet als materieel naar voren. De investeringskosten van ons klimaattransitieplan en de dalende inkomsten door het onder druk staande investeringsklimaat in de haven zijn de financiële risico's. De onderstaande afbeelding vat het samen.
|
Speerpunt: |
Klimaatneutraal & circulair |
|
Klimaatmitigatie: |
Het mitigeren van broeikasgasemissies door scope 1 en 2 activiteiten van Havenbedrijf Rotterdam en door scope 3 upstream en downstream activiteiten (inkoop goederen en diensten, woon-werkverkeer, zakelijk reizen, scheepvaart beheergebied DHMR en landlease klanten). |
|
|
Onze activiteiten en die in de haven dragen door broeikasgasuitstoot bij aan de opwarming van de aarde. Incentives kunnen bijdragen aan een reductie van broeikasgasemissies. De toenemende energiebehoefte zet druk op het elektriciteitsnet, terwijl netcongestie de energietransitie in de haven belemmert. Tegelijkertijd zet Havenbedrijf Rotterdam volop in op de verduurzaming van de haven (industrie/bedrijven) die de nationale energietransitie ondersteunt en de stabiliteit van de Nederlandse en Noordwest-Europese energievoorziening versterkt. Ook verduurzamen we onze eigen operaties door minder en groener energieverbruik en lagere CO₂e-uitstoot. |
|
|
Toenemende klimaatwetgeving en de beschikbaarheid van betaalbare energie beïnvloeden het vestigingsklimaat in de Rotterdamse haven. Daarnaast vraagt de uitvoering van ons klimaattransitieplan om aanzienlijke investeringen. |
CO2 en CO2e
In het jaarverslag gebruiken we de term CO2 (koolstofdioxide) en CO2e (broekasgasemissies), waarbij de ‘e’ staat voor ‘equivalenten’. Wanneer we het hebben over CO2e bedoelen we dat we andere broeikasgassen dan CO2, zoals methaan en lachgas, meerekenen. Omdat we graag één getal willen rapporteren, tellen we alle broeikasgassen bij elkaar op, omgerekend naar het opwarmingseffect wat CO2 heet.
Beleid
Wij bouwen kademuren, onderhouden wegen in de haven en gebruiken eigen vaartuigen voor inspecties en patrouilles. Klanten zorgen voor emissies door scheepvaart, opslag en overslag van goederen zoals olie, kolen, ertsen en containers. Daarnaast is een deel van de havenindustrie sterk gericht op fossiele brandstoffen en chemie. Deze bedrijvigheid is belangrijk voor de samenleving, maar vormt ook een significante bron van broeikasgassen.
Eén van de speerpunten uit onze strategie is ‘klimaatneutraal en circulair’. De doelstellingen onder dit speerpunt vormen de basis voor ons klimaatbeleid:
Verminderen broeikasgasuitstoot van het Havenbedrijf Rotterdam;
Verminderen van broeikasgasuitstoot van bedrijven in het havengebied;
Transformeren naar een complex met bedrijven die schone energie(dragers) produceren;
Transformeren naar duurzame en circulaire chemie.
In 2025 publiceerden we ons klimaattransitieplan. Hierin staat onze aanpak beschreven om onze broeikasgasemissies te verminderen. U leest er hier meer over.
Verminderen broeikasgasuitstoot van het Havenbedrijf Rotterdam
Dit gaat bijvoorbeeld over het terugbrengen van emissies van eigen voer- en vaartuigen, vastgoed, benodigde energie en ingekochte goederen en diensten. Dit doen we onder andere via ons reis- en mobiliteitsbeleid, het inkoopbeleid van stroom, contracten met leasemaatschappijen en raamcontracten met aannemers voor onderhoudsbaggerwerk.
Verminderen broeikasgasuitstoot bedrijven in het havengebied
Diverse reductiepaden moeten leiden tot een klimaatneutraal en circulair ingericht havengebied in 2050: elektrificatie, groene waterstof, Carbon Capture and Storage, nieuwe infrastructuur voor elektriciteit, warmte en waterstof, en schaalvoordelen door industriële samenwerking. Daarnaast stellen we als voorwaarde dat nieuwe klanten het uitgegeven terrein CO2-neutraal exploiteren (we kunnen hier bij uitzondering van afwijken); bij contractherzieningen - zoals prijsherziening of verlenging - maken we afspraken over duurzaamheidsdoelen in lijn met onze reductiedoelen. Ook geven we, als onderdeel van ons uitgifte- en prijsbeleid, korting op huur- en erfpachtcontracten en havengelden als bedrijven en scheepseigenaren investeren in verduurzaming.
Walstroomstrategie 2025–2035 in de schijnwerpers |
|
|
De gemeente Rotterdam en het Havenbedrijf Rotterdam presenteerden in 2025 samen een vernieuwde walstroomstrategie. Schepen aanmeren, motor uit, walstroom aan: dat vermindert uitstoot, geluid en fijnstof. In 2030 moet walstroom de norm zijn voor het grootste deel van de scheepvaart, met volledig emissieloos aanmeren in 2050. De haven telt inmiddels meer dan 100 installaties. In 2025 sloot de Cruise Terminal aan, waardoor cruiseschepen nu groene stroom gebruiken. De strategie verdeelt de uitvoering in fasen en zet in op standaardisatie, samenwerking met bedrijven, subsidies en innovatie. Zo wordt walstroom breed beschikbaar en draagt het bij aan verbetering van de leefomgeving en een klimaatneutrale haven in 2050. |
|
Transformeren naar een complex met bedrijven die schone energie(dragers) produceren
We stimuleren bedrijven in de haven om meer schone energie(dragers) te produceren. Zo faciliteren we de energietransitie en jagen we deze aan. Dat vinden we belangrijk en past bij onze koplopersrol. Het gebruik van schone energie(dragers) leidt tot emissiereductie bij de gebruiker buiten de haven. Het behoort daarom niet tot onze scope 1, 2 of 3. We noemen dit emissiereductie buiten de eigen waardeketen.
Transformeren naar duurzame en circulaire chemie
We werken aan een chemische industrie die duurzame en circulaire grondstoffen gebruikt. Op deze manier willen we de energietransitie aanjagen en streven we naar toekomstbestendigheid van de haven met waardeketens voor duurzame en circulaire grondstoffen. Ook het gebruik van duurzame en circulaire grondstoffen door de industrie behoort tot emissiereductie buiten de eigen waardeketen.
Doelstellingen
We hebben CO2e-doelstellingen op scope 1, 2 en 3 emissies. Deze doelstellingen zijn gericht op onze hele waardeketen. Zo hebben we doelstellingen (scope 1 en 2) die gericht zijn op onze eigen bedrijfsvoering, een doelstelling die gericht is op leveranciers (brandstofverbruik van aannemers) en doelstellingen die gericht zijn op onze klanten (scheepvaart en landlease-klanten). In de tabel ziet u een overzicht.
|
Activiteit |
Doelstellingen |
|---|---|
|
Eigen vaar- en voertuigen, en eigen vastgoed (scope 1) |
-90% in 2030 t.o.v. 2019 (net-zero) |
|
Ingekochte elektriciteit en stadswarmte (scope 2) |
-90% in 2030 t.o.v. 2019 (net-zero) |
|
Brandstofverbruik van aannemers (scope 3: cat. 1) |
-45% in 2030 t.o.v. 2019 |
|
Zakelijke reizen (scope 3: cat. 6) |
-80% in 2030 t.o.v. 2019 |
|
Woon-werkverkeer (scope 3: cat. 7) |
-50% in 2030 t.o.v. 2019 |
|
Scheepvaart tot 60 km uit de kust (scope 3: cat. 11) |
-20% in 2030 t.o.v. 2019 |
|
Landlease klanten in de haven (scope 3: cat. 13) |
-55% in 2030 t.o.v. 1990 en klimaatneutraal in 2050 |
Ook hebben we doelstellingen die nog verder in de waardeketen bijdragen aan CO2e-reductie, namelijk bij leveranciers en consumenten van onze klanten. Deze doelstellingen dragen bij aan emissiereductie buiten de eigen waardeketen. Ze staan in de tabel.
|
Activiteit |
Doelstellingen |
|---|---|
|
Fossiele brandstofproductie van bedrijven in de haven vervangen door schone energie(dragers) |
-20% in 2030 t.o.v. 2019 |
|
Fossiel grondstofgebruik door bedrijven in de haven vervangen door duurzame en circulaire grondstoffen |
-20% in 2030 t.o.v. 2019 |
Voor scope 1 en 2 streven we naar net-zero, in lijn met het Klimaatakkoord van Parijs. Dit betekent dat we in 2030 onze scope 1 en 2 emissies met minimaal 90% hebben gereduceerd ten opzichte van 2019. De resterende emissies, de laatste 10%, reduceren we of neutraliseren we door te investeren in projecten die zorgen dat CO2 uit de atmosfeer wordt opgenomen of wordt voorkomen dat CO2 in de atmosfeer komt door dit ondergronds op te slaan.
We berekenen onze broeikasgasemissies volgens het Greenhouse Gas Protocol. Deze standaard onderscheidt drie soorten emissies: scope 1, 2 en 3. De onderstaande afbeelding toont waar deze emissies zich in onze waardeketen bevinden en hoe groot onze invloed is.
In 2022 valideerde het Science Based Targets initiative (SBTi) onze CO2e-reductiedoelstellingen voor 2030. Als basisjaar kozen we 2019, omdat 2020 en 2021 door COVID-19 niet representatief waren. De reductiedoelstellingen voor landlease klanten (-55% in 2030 ten opzichte van uitgangsjaar 1990 en klimaatneutraliteit in 2050) zijn niet SBTi-gevalideerd; ze volgen de IPPC-klimaatstudies, het Parijsakkoord (maximaal 1,5 °C opwarming) en de Nederlandse en Europese klimaatwet voor de industrie.
Het SBTi eist dat de scope 3 doelstellingen op minstens 67% van de totale scope 3 emissies betrekking heeft. Door het SBTi is bij de validatie in 2022 bevestigd dat wij boven de minimale grens van 67% zijn uitgekomen: onze doelstellingen hebben betrekking op 98% van onze scope 3 emissies. Daarom rapporteren we alleen over de scope 3 categorieën die een gevalideerde doelstelling hebben. Sinds de vaststelling van het klimaattransitieplan in 2025 rekenen we de emissies van onze landlease-klanten ook bij onze scope 3, hier rapporteren we ook over. Volgens de SBTi-richtlijnen moeten onze gevalideerde reductiedoelen elke vijf jaar worden herbeoordeeld. In 2027 laten we daarom onze scope 1, 2 en 3 emissies opnieuw valideren door het SBTi. Dan zal ook de uitstoot van onze landlease-klanten worden gevalideerd.
Activiteiten
Om onze doelstellingen te halen, ondernemen we verschillende activiteiten. We beschrijven ze in deze paragraaf per emissiebron en laten zien hoe ze bijdragen aan onze doelstellingen.
Verminderen broeikasgasuitstoot van het Havenbedrijf Rotterdam
Vlootvernieuwing
Onze vaartuigen hebben het grootste aandeel in onze scope 1 emissies. We dringen dit terug door de vaartuigen op biodiesel (HVO100) te laten varen. Daarnaast werken we aan de inkoop van nieuwe vaartuigen. Het is onze ambitie om in 2035 grotendeels elektrisch te kunnen varen. Met de huidige inzichten is dit het schoonste alternatief.
Elektrificeren van het wagenpark
Onze lease- en bedrijfsauto’s rijden op diesel, zijn hybride of zijn volledig elektrisch. We hebben 107 elektrische leaseauto's en 8 hybride leaseauto's. Van de bedrijfsauto's rijden er 3 op diesel, zijn er 19 hybride en 25 elektrisch. Sinds 2021 vervangen we bij de afloop van het leasecontract een auto die hybride of op diesel rijdt door een elektrische auto. Die rijden op groene stroom. In 2030 moet bijna het hele wagenpark emissieloos zijn. Dit sluit aan bij onze emissiereductiedoelstelling van 90% op scope 1 en 2 in 2030 ten opzichte van 2019.
Inkoop groene stroom
We kopen groene stroom in en verlagen daarmee onze broeikasgasemissies ten opzichte van stroom die afkomstig is van fossiele bronnen.
Duurzaam vastgoed
Van onze vastgoedportefeuille dringen we de emissies van het energiegebruik terug met duurzaamheidscertificeringen. De BREEAM-certificering kijkt naar verschillende duurzaamheidscategorieën, zoals gezondheid, energie en materialen. Voor nieuwbouw en renovatie hanteren we ‘BREEAM outstanding’, de hoogst haalbare certificering.
Duurzaam reis- en mobiliteitsbeleid
Werknemers hebben standaard een OV-abonnement, autogebruikers krijgen een lagere kilometervergoeding dan niet-autogebruikers, fietsen wordt extra beloond en met hun OV-abonnement hebben leaserijders een stimulans om de auto te laten staan. Ons reisbeleid stimuleert het OV in Nederland, treinreizen binnen Europa (als de reistijd niet langer is dan 4 uur) en directe vluchten waar mogelijk. In 2025 staat het Havenbedrijf Rotterdam in de top 3 van de benchmark van Natuur & Milieu over verduurzaming van zakelijke vliegreizen.
Verduurzaming aannemersopdrachten
We ondertekenden het convenant Schoon en Emissieloos Bouwen en stimuleren aannemers in het gebruik van elektrisch materieel. We streven ernaar om in 2030 voor minstens 75% van onze projecten emissieloos bouwtransport en werkmaterieel te gebruiken.
Duurzame initiatieven van aannemers |
|
|---|---|
|
Voor de bouw van het Alexiaviaduct over de Maasvlakteweg gebruikt BAM INFRA elektrisch materieel en het niet elektrisch materieel rijdt op biobrandstof. Daarnaast gebruikt de aannemer beton met minder bindmiddel en emissiearm asfalt. Voor het baggeren in de haven hebben we raamwerkovereenkomsten met een aantal aannemers. In een deel van deze overeenkomsten maken we afspraken over het gebruik van schone brandstof voor de baggervaartuigen. |
|
Vrijwillige CO2-compensatie
Bovenop alle mitigerende maatregelen die we nemen, compenseren we onze broeikasgasuitstoot uit eigen activiteiten (scope 1 en 2) en een gedeelte van onze scope 3 emissies (woon-werkverkeer) door CO2e-certificaten in te kopen. Het is een tussenstap die we nemen: we willen onze emissies maximaal reduceren en waar dat niet lukt, compenseren we vrijwillig de resterende emissies. We verminderen er niet onze broeikasgasuitstoot mee en het heeft ook geen invloed op de vastgestelde doelen waar we onverminderd aan blijven werken.
Verminderen broeikasgasuitstoot bedrijven in het havengebied
Verduurzaming van scheepvaart in en rond de haven
Wij spannen ons in om de broeikasgasuitstoot van de schepen die onze haven bezoeken te reduceren. Wij rapporteren de emissies van scheepvaartverkeer in het gebied tussen de Van Brienenoordbrug in Rotterdam tot 60 kilometer uit de kust.
We berekenen al vele jaren havengelden met een duurzaamheidscomponent. Zeehavengeldkortingen berekenen we op basis van de beladingsgraad, de aanwezigheid van de Environmental Ship Index (ESI) en het bezit van het Green Award Certificaat (in het geval van tankers). Voor binnenhavengelden geldt een duurzaamheidstoeslag van 5%. Deze toeslag reserveren we en zetten we in voor verduurzaminginitiatieven in de binnenvaartsector. Schippers die hun emissiedata met ons delen, krijgen 5% korting op het binnenhavengeld; duwbakken die hun locatie delen, ontvangen dezelfde korting. Schippers betalen ook minder als ze een Green Award certificaat hebben (brons, zilver, goud en platina). Hoe beter het certificaat hoe hoger het voordeel. We gaven in 2025 in totaal 47 miljoen euro duurzaamheidskorting op de zee- en binnenhavengelden.
Afgemeerde schepen veroorzaken bijna 50% van de totale broeikasgasemissies van alle scheepvaart tot 60 kilometer uit de kust. Om dit te verminderen, zetten we in op walstroom. Dit jaar hebben we onze aanpak verder versterkt om in de periode 2025-2035 versnelling en opschaling te realiseren. Hier leest u er meer over.
Met Port Call Optimisation verbeteren we het proces van het binnenkomen van de haven tot en met het verlaten van de haven nadat een schip haar goederen heeft overgeslagen. Door het verbeteren, standaardiseren en uitwisselen van data verhogen we de efficiëntie van een scheepsbezoek. Een containerschip dat ‘just-in-time’ (precies op tijd) aankomt en niet hoeft te wachten, realiseert gemiddeld 14% emissiereductie.
We werken met bunkerdienstverleners, rederijen en brandstofproducenten aan het stimuleren van het bunkeren van duurzame brandstoffen. Voor scheepseigenaren is het aantrekkelijk om in alternatieve motoren en technologieën te investeren als er meer zekerheid is over de beschikbaarheid van duurzame brandstoffen en de mogelijkheid om deze te bunkeren op bepaalde internationale routes (‘corridors’).
Rotterdam Shore Power zet volgende stap in realisatie walstroom |
|
|
Rotterdam Shore Power (RSP), een joint venture van het Havenbedrijf Rotterdam en Eneco, werd opgericht in 2019 en bouwde sindsdien succesvolle walstroominstallaties voor Heerema, DFDS en Boskalis. RSP staat nu aan de vooravond van een aanzienlijke opschaling, met uitbreiding van de activiteiten naar de grote containerterminals. In 2024 maakte RSP al de eerste afspraken voor nieuwe installaties bij APM Terminals Maasvlakte II, Hutchison Ports ECT Delta en Hutchison Ports ECT Euromax. In 2025 volgde opnieuw een mijlpaal: het investeringsbesluit van RSP voor deze drie terminals. De bouw start naar verwachting in de tweede helft van 2026, zodra de vergunningen en detailontwerpen definitief zijn. In totaal krijgt acht kilometer kade walstroom, met 35 aansluitpunten voor zeegaande containerschepen. Elke terminal krijgt een eigen installatie, die RSP bouwt en beheert. Vanaf de tweede helft van 2028 kunnen de eerste schepen aansluiten op walstroom. De overheid ondersteunt deze projecten via de Tijdelijke Subsidieregeling Walstroom Zeeschepen Klimaat van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. |
|
Landlease-klanten in de haven
Het grootste deel van onze CO₂e-footprint komt voort uit de directe uitstoot van broeikasgassen door landlease-klanten in de haven. Deze emissies ontstaan door het gebruik van energie (bijvoorbeeld in de productieprocessen) en betreft dus niet emissies die ontstaan door het gebruik van de producten die onze klanten produceren en verkopen. De olie-raffinage sector is de grootste uitstoter. Hierna volgen de chemische industrie, kolencentrales, aardgascentrales en overige industrieën. We laten landlease-klanten in de haven hun uitstoot verminderen door afspraken te maken, positieve prikkels te bieden en samen te werken.
Carbonbid stimuleert CO₂e-reductie in het havengebied |
|
|
In 2025 zette het Havenbedrijf Rotterdam met het project Carbonbid een stap om de CO₂e‑uitstoot in het havengebied gericht te verlagen. Het programma richtte zich uitsluitend op emissiereductie binnen het havengebied. ETS‑plichtige uitstoot bleef bewust buiten scope, en door een maximumvergoeding per project ontstond ruimte voor een breed palet aan initiatieven. De eerste aanbestedingsronde leverde direct resultaat op. Acht geselecteerde projecten realiseerden samen 575.000 ton CO₂e‑reductie over vier jaar. Het Havenbedrijf Rotterdam stelde hiervoor 3,5 miljoen euro beschikbaar, gemiddeld 6 euro per vermeden ton. De winnende projecten pakten uiteenlopende emissiebronnen aan. Ze varieerden van elektrische reachstackers, AGV’s en mobiele walstroom tot innovatieve scheepsontgassing en batterij‑elektrische binnenvaartschepen. Ook havenslibverwerking en efficiënte hull cleaning droegen bij aan de totale reductie. Met Carbonbid laten we zien hoe gerichte ondersteuning en slimme selectie concrete klimaatwinst oplevert. |
|
Samen met Gasunie en Energie Beheer Nederland (EBN) zijn we aandeelhouder van Porthos, een groot CO2-opslagproject waarbij CO₂ van de industrie in de Rotterdamse haven wordt opgeslagen in lege gasvelden onder de Noordzeebodem. Door samen te werken, bundelen we onze kennis en ervaring. Wij kennen de haven, lokale situatie en markt goed. EBN heeft kennis van de diepe ondergrond en offshore infrastructuur en Gasunie heeft veel ervaring met het transport door pijpleidingen. De bouw van Porthos startte begin 2024, is naar verwachting in de tweede helft van 2026 gereed en gaat gedurende 15 jaar circa 37 megaton CO2 ondergronds opslaan. De hoeveelheid CO2 die opgeslagen gaat worden, is berekend op basis van de ondergrondse opslagcapaciteit. De landleidingen zijn zo ontworpen dat zij meer CO₂ kunnen transporteren dan dat ondergronds aan opslagcapaciteit beschikbaar is. In de toekomst kunnen daarom andere CO2-afvang- en opslagprojecten gebruik maken van de landleiding.
Sinds 2024 bieden we klanten tot 3,5% korting op huur- en erfpacht bij bewezen broeikasgasreductie: 2,5% voor maatregelen en 1% extra bij klimaatneutraliteit. Bij het afsluiten van contracten met nieuwe klanten beogen we dat ze - waar mogelijk - klimaatneutraal moeten gaan opereren. Met bestaande klanten maken we afspraken bij contractherzienings- en verlengingsmomenten. Periodiek bespreken we met klanten welke duurzaamheidsmaatregelen zij beogen of kunnen nemen en hier maken we een passende afspraak over. Op deze manier stimuleren we duurzame industrie. In 2025 kenden we de eerste twee net-zerokortingen toe.
We werken samen met netbeheerders aan converterstations voor windenergie, netverzwaring en het tegengaan van netcongestie. Binnen de New Energy Taskforce werken we samen met Deltalinqs, TenneT en Stedin om op korte termijn tot oplossingen te komen en zo netcongestie te verminderen. We werken aan slimme oplossingen, zoals flexibel vermogen, tijdelijke opwek of uitwisseling van capaciteit tussen bedrijven. Onze deelneming Distro Energy is een voorbeeld van een slimme oplossing voor netcongestie.
Slim energie delen met Distro Energy |
|
|---|---|
|
Distro Energy, een deelneming van het Havenbedrijf Rotterdam, maakt het mogelijk voor bedrijven in de haven om groene energie onderling te verhandelen en het verbruik te optimaliseren. Het platform gebruikt slimme prognoses om vraag en aanbod automatisch op elkaar af te stemmen. Distro Energy helpt niet alleen kosten te verlagen, maar ook congestie op het net te verminderen en groene stroom optimaal te benutten. |
|
Transformeren naar een complex met bedrijven die schone energie(dragers) produceren
Alternatieve brandstoffen
We creëren ruimte en infrastructuur voor bedrijven die schone energie(dragers) willen produceren en distribueren, inclusief de benodigde nautische voorzieningen. Daarnaast zetten we ons actief in om bij beleidsmakers gunstige investeringsvoorwaarden voor biobrandstoffen te realiseren. Een belangrijk onderdeel van deze aanpak is de ontwikkeling van een robuust waterstofsysteem, dat de basis vormt voor een toekomstbestendig energie-ecosysteem in de haven. Waterstof kan fossiele brandstoffen en grondstoffen vervangen en heeft de potentie om de CO₂e-footprint van industrie en transport drastisch te verlagen.
Hernieuwbare energie
We creëren fysieke ruimte en milieuruimte voor de aanlanding van elektriciteit uit windparken op zee en realiseren nautische en grondgebonden voorzieningen voor klanten in de hernieuwbare energiesector. Daarnaast spannen we ons in om marktimpasses te doorbreken en investeren we in innovatieve technologieën die bijdragen aan duurzame groei.
Waterstofnetwerk
We creëren ruimte voor waterstofprojecten, zoals conversieparken op de Maasvlakte, en ondersteunen initiatieven die de haven verbinden met Europese afzetmarkten. Samen met partners werken we aan infrastructuur voor opslag en transport. Daarnaast bevorderen we een aantrekkelijk investeringsklimaat door het belang van waterstof actief uit te dragen. Met onze aanpak willen we Rotterdam positioneren als internationaal knooppunt voor waterstofproductie, -import en -distributie.
Transformeren naar duurzame en circulaire chemie
Om chemiebedrijven te helpen fossiele grondstoffen te vervangen door duurzame en circulaire alternatieven, zetten wij in op een samenhangende aanpak. We pleiten bij nationale en Europese overheden voor marktbescherming en een robuuste license to operate. Europese regelgeving moet een minimumaandeel circulaire grondstoffen verplicht stellen in de chemie- en plasticindustrie. Dit creëert een gelijk speelveld en versnelt investeringen in bijvoorbeeld de benodigde infrastructuur.
Groot onderhoud Vondelingenweg succesvol afgerond |
|
|---|---|
|
Het Havenbedrijf Rotterdam en Boskalis voltooiden in 2025 het groot onderhoud aan de Vondelingenweg. Deze belangrijke verbinding tussen de A15 en de haven is klaar voor de toekomst. Het project verlengt de levensduur van de weg en verbetert de verkeersveiligheid. Tijdens de uitvoering bleef de hinder beperkt dankzij een slimme fasering. Bovendien realiseerden we binnen het project een CO₂e-reductie van circa 50 procent door hergebruik van materialen en inzet van elektrisch materieel. Met dit resultaat versterken we de infrastructuur en dragen we bij aan een duurzamere haven. |
|
Energieverbruik
We stimuleren het gebruik van hernieuwbare energie door ruimte te creëren voor voldoende infrastructuur, maar ook voor klanten die het haven- en industriecomplex kunnen voorzien van duurzame energie. Het oplossen van netcongestie in het Rotterdamse haven- en industriecomplex heeft prioriteit.
Daarnaast rapporteren we over ons eigen energieverbruik. De tabel laat een overzicht zien. Het merendeel van ons energieverbruik komt uit hernieuwbare bron, dit is 86% van het totaal. Het overige deel (14%) is afkomstig uit fossiele bron.
|
Energiebronnen |
Hernieuwbaar energieverbruik in MWh |
Fossiel energieverbruik in MWh |
Totaal energieverbruik in MWh |
|---|---|---|---|
|
Diesel |
0 |
410 |
410 |
|
Benzine |
0 |
391 |
391 |
|
Propaan |
0 |
208 |
208 |
|
CNG |
0 |
1 |
1 |
|
Aardgas |
0 |
622 |
622 |
|
Biodiesel (HVO100) |
14.616 |
0 |
14.616 |
|
Stadswarmte |
0 |
1.335 |
1.335 |
|
Elektriciteit |
7.656 |
518 |
8.174 |
|
Totaal |
22.272 |
3.485 |
25.757 |
|
Onze energieintensiteit bedraagt 27,4 MWh per miljoen euro omzet. Het is een deling tussen ons totale energieverbruik en de omzet in miljoenen € volgens de jaarrekening. |
|||
Resultaten
Onze resultaten staan weergegeven in de tabel en staafdiagram. Voor de meeste emissies binnen onze eigen invloedssfeer liggen we op koers. Dit geldt voor de scope 1 emissies, en de emissies die veroorzaakt worden door brandstofverbruik van aannemers en woon-werkverkeer. De doelstelling met betrekking tot brandstofverbruik van aannemers en woon-werkverkeer hebben we al behaald.
Bij scheepvaart en landlease-klanten is het een complexe opgave om de boogde emissiereductie te realiseren, omdat we grotendeels afhankelijk zijn van externe beslissingen en gebeurtenissen. Ook is een deel van de uitstoot toe te wijzen aan het lock-in-effect: bedrijven willen eerst een investering terugverdienen voordat ze overstappen op een duurzaam alternatief. Ondanks onze activiteiten en plannen is het tempo onvoldoende om de doelstellingen te halen. In ons klimaattransitieplan publiceerden we dat het minder waarschijnlijk is dan voorheen dat de reductiedoelstelling voor havenklanten in 2030 wordt gehaald.
Het emissiecijfer van landlease-klanten in de haven loopt één jaar achter, omdat we ons baseren op cijfers die worden gepubliceerd door de Emissieregistratie, een samenwerkingsverband van overheidsorganen en kennisinstituten. Ook wijkt het basisjaar af ten opzichte van de overige resultaten: dit is 1990.
|
Bronnen van broeikasgasemissies |
Broeikasgas-emissies 2025 (ton per jaar) |
Broeikasgas-emissies 2019 (ton per jaar) |
Realisatie 2019-2025 |
Doelstelling 2019-2030 |
||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
Scope 1 |
||||||||
|
Eigen vaar- en voertuigen, en eigen vastgoed |
391 |
3.242 |
-88% |
-90% |
||||
|
Scope 2 |
||||||||
|
Ingekochte elektriciteit en stadswarmte ('location-based') |
1.843 |
3.834 |
||||||
|
Ingekochte elektriciteit en stadswarmte ('market-based') |
159 |
146 |
9% |
-90% |
||||
|
Scope 3 |
||||||||
|
Categorie 1: brandstofverbruik aannemers |
10.422 |
34.230 |
-70% |
-45% |
||||
|
Categorie 6: zakelijke reizen |
336 |
890 |
-62% |
-80% |
||||
|
Categorie 7: woon-werkverkeer |
847 |
2.230 |
-62% |
-50% |
||||
|
Categorie 11: scheepvaart tot 60 km uit de kust |
2.233.000 |
2.277.000 |
-2% |
-20% |
||||
|
Categorie 13: landlease klanten in de haven* |
19.100.000 |
(2024) |
21.300.000 |
(1990) |
-10% |
(1990-2024) |
-55% |
(1990-2030) |
|
Totaal |
||||||||
|
Scope 1 + 2 + 3 ('location-based') |
21.346.839 |
23.621.426 |
||||||
|
Scope 1 + 2 + 3 ('market-based') |
21.345.155 |
23.617.738 |
||||||
|
Broeikasgasintensiteit |
||||||||
|
Emissie-intensiteit scope 1, 2 en 3 ('location-based') |
22.701 |
33.431 |
||||||
|
Emissie-intensiteit scope 1, 2 en 3 ('market-based') |
22.699 |
33.426 |
||||||
|
Emissie-intensiteit scope 1 en 2 ('location-based') |
2,38 |
10,01 |
||||||
|
Emissie-intensiteit scope 1 en 2 ('market-based') |
0,58 |
4,79 |
||||||
|
Emissie-intensiteit (scope 3) |
22.698 |
33.421 |
||||||
|
* = aangezien de cijfers over categorie 13 voor 2025 nog niet bekend zijn, gebruiken we voor categorie 13 de cijfers over 2024. De doelstelling van categorie 13 heeft als basisjaar 1990 en als doeljaar 2030. |
||||||||
|
Onze broeikasgasintensiteit is een deling tussen onze emissies en onze omzet in miljoenen € volgens de jaarrekening. |
||||||||
Vooruitblik
Ons doel is dat bedrijven in de haven in 2030 55% minder CO2e uitstoten ten opzichte van 1990, wat overeenkomt met een maximale CO2e-uitstoot van 9,6 megaton in 2030. Dat doel brengt een ambitieuze opgave met zich mee. Het Planbureau voor de Leefomgeving maakte in 2025 bekend dat het erg onwaarschijnlijk is dat Nederland haar klimaatdoel van 55% CO2e-reductie in 2030 ten opzichte van 1990 gaat halen. Voor bedrijven in de haven geldt dit ook: het wordt steeds onwaarschijnlijker dat het doel gehaald gaat worden. De grafiek geeft het weer.
De huidige reductie blijft achter bij de prognose uit ons vorige jaarverslag. Dat komt onder meer doordat we onze cijfers bijstellen zodra we meer inzicht krijgen in reductieprojecten; vooraf weten we niet precies hoeveel reductie een project oplevert. Onze klanten investeren zelf in hun reductieprojecten en zij lopen daarbij tegen verschillende belemmeringen aan. Netcongestie, stikstofbeperkingen, regelgeving, marktomstandigheden en infrastructurele complexiteit zorgen er regelmatig voor dat projecten worden uitgesteld of volledig stoppen. Zo schuiven projecten in de haven op door netcongestie en komen groene waterstofprojecten door onder meer onvoldoende gegarandeerde afname moeilijk van de grond. Deze ontwikkelingen zorgen ervoor dat we de prognoses moeten bijstellen.
De komende jaren krijgen we beter zicht op de voortgang van reductieprojecten. Nieuwe inzichten kunnen betekenen dat we onze prognose opnieuw bijstellen. Om de juiste voorwaarden te creëren voor een gezond investeringsklimaat en om op termijn klimaatneutraal te worden, zijn aanvullende maatregelen nodig. We blijven daarom samenwerken met bedrijven om de reductie te versnellen en spannen ons tot het uiterste in om hen te stimuleren en te ondersteunen, bijvoorbeeld met Porthos dat CO2-opslag mogelijk maakt.